December 2017

Inhoud:

Woord vooraf                                                                                                                                 p 3

1 Landbouwbeleid met toekomst                          Piet van IJzendoorn                          p 4

Alleen samenwerking met de natuur kan ons wereldwijd voedselsoevereiniteit bieden: voedselzekerheid en voedselveiligheid. De verdere ontwikkeling van de landbouw is té kwetsbaar om over te laten aan industriële en financiële belangen op de korte termijn.

2 Klimaat                                                                   Sjef Staps                                           p 6

In lijn met het akkoord van Parijs in is een fundamenteel andere en vooral integrale aanpak nodig. Er is behoefte aan een vernieuwende, systeemgerichte aanpak met de bodem als strategische factor.

3 Bodemvruchtbaarheid                                         Jan Bokhorst                                     p 7

Voor een duurzame bodemvruchtbaarheid is een landbouwbeleid nodig dat onder meer voorschrijft dat er gemiddeld jaarlijks een minimale hoeveelheid organisch materiaal in de vorm van oogstresten, groenbemesters, mest en compost moet worden toegediend.

4 Nutriëntentekorten                                              Bart Timmermans                             p 9

Om tekorten aan onmisbare voedingsstoffen voor landbouwgewassen te voorkomen zijn een aantal maatregelen nodig, zoals: diepere beworteling, hogere meststofefficiëntie via bodemstructuur, bodemleven en organische stofbeheer, voorkomen van uitspoeling en irreversibele fixatie, geen wateroplosbare meststoffen.

5 Bestrijdingsmiddelen                                            Margriet Samwel en Jelmer Buijs   p 11

Boeren die naar een landbouw zonder chemische bestrijdingsmiddelen willen omschakelen moeten tijdens de jaren van omstelling voldoende financiële en technische ondersteuning krijgen. Die kennis is inmiddels rijkelijk voorhanden bij bedrijven, de voorlichting en het onderzoek.

6 Veeteelt als dienende factor                                Piet van IJzendoorn                          p 14

Een veeteelt in dienst van biodiversiteit en bodembiologie betekent, dat mest essentieel is als voeding voor een vruchtbare bodem.Dit leidt tot keuzes waarbij financiële argumenten niet leidend zijn, wel de lange termijn bodemvruchtbaarheid en een robuust, weerbaar landbouwsysteem.

7 Zelfvoorzienend Nederland?                               Gerard Oomen                                  p 16

In een meer op zelfvoorziening gericht Nederland zouden verschillende bedrijfssystemen ontwikkeld kunnen worden die samen een groot deel van de bevolking voeden en tegelijk het milieu en de begeleidende flora en fauna, boven en onder de grond, nauwelijks belasten.

Woord vooraf

De Transitiecoalitie Voedsel (TCV) wordt gevormd door een groep van ca zestig Nederlanders die op uiteenlopende wijzen betrokken zijn bij de ontwikkeling van een duurzame landbouw. In het huidige Visiedocument* van de TCV ligt de nadruk op voeding. Het daarmee verbonden duurzame landbouwbeleid vraagt nadere uitwerking.

Piet van IJzendoorn, als lid van de coalitie, bijgestaan door een team van deskundigen geeft hiertoe een voorzet met het voorliggende concept. Hierin zijn een aantal korte beschouwingen op relevante landbouwthema’s bij elkaar gebracht. Deze beschouwingen richten zich op de lange termijn, maar tonen ook de beleidsmaatregelen die daarbij op korte termijn nodig zijn. Deze reeks van goed onderbouwde beleidsadviezen voor korte en lange termijn dient en kan nader worden uitgebreid. Ook het doorrekenen van de consequenties voor de economie en de werkgelegenheid zullen inzichtelijk maken dat de keuze voor duurzaamheid en gezondheid al op korte termijn veel kansen biedt.

Nadrukkelijk spreken de auteurs zich niet expliciet uit voor een specifieke landbouwmethode als het enige concept voor een duurzame voedselproductie. Ook verduurzaamde gangbare landbouw kan een belangrijke oplossingsrichting zijn. Verschillende wegen kunnen gevolgd worden om de transitie naar een duurzame en gezonde voedselproductie en -consumptie te realiseren.

Om de consequenties van de transitie inzichtelijk te maken is in de laatste bijdrage inzichtelijk gemaakt wat er voor nodig is om tot een zelfvoorzienend Nederland te komen. Dan lijkt het realistisch dat de Nederlandse landbouwproductie zich gaat richten op een afzetgebied dat zich naast het eigen land beperkt tot de directe buurlanden. Deze grote afzetmarkten met het bijbehorende verdienvermogen lijken we voorlopig niet te kunnen missen. Wel maakt dit rekenvoorbeeld duidelijk dat er grenzen zijn aan de export als we zelfvoorzienend willen zijn. Maar dat geld niet alleen voor ons land.

Tot slot zij opgemerkt dat in de hier gepresenteerde beschouwingen het accent meer op de productiekant ligt dan op de vraag vanuit de consument. In het hele proces zal de plaats van de consument veel aandacht moeten hebben. Het gaat dan om smaak- en cultuurverschillen, maar ook om de prijs van voedsel. Wanneer verlaging van de bodemvruchtbaarheid (organische stof en mineralen) elders in de wereld geen rol meer speelt bij ons voedsel gaat de prijs van het voedsel omhoog.  Deze gaat ook omhoog wanneer we voor het nageslacht een vruchtbare bodem willen achterlaten. Door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen (automatisering, robotisering enz.) bestaat de kans dat het deel van de bevolking dat met een laag inkomen rond moet komen groter wordt. Het transitieproces goed laten verlopen vergt veel aandacht van het beleid.

Uitgangspunten
- de wereldbevolking duurzaam kunnen voeden met regionale landbouw.
- voedselsoevereiniteit. Boer en burger bepalen de landbouw.
- meewerken met de natuur wereldwijd draagt bij aan duurzame voedselzekerheid (kwantiteit) en voedselveiligheid (kwaliteit).

November 2017

Inhoud:

1 Landbouwbeleid met toekomst   Piet van IJzendoorn              p 3

Alleen samenwerking met de natuur kan ons wereldwijd voedselzekerheid en voedselveiligheid bieden. De verdere ontwikkeling van de landbouw is té kwetsbaar om over te laten aan industriële en financiële belangen op de korte termijn.

2 Klimaat                                              Sjef Staps                               p 5

In lijn met het akkoord van Parijs in is een fundamenteel andere en vooral integrale aanpak nodig. Er is behoefte aan een vernieuwende,  systeemgerichte aanpak  met de bodem als strategische factor.

 

3 Bodemvruchtbaarheid                   Jan Bokhorst                         p 6

Voor een duurzame bodemvruchtbaarheid is een landbouwbeleid nodig dat onder meer voorschrijft dat er gemiddeld jaarlijks een minimale hoeveelheid organisch materiaal in de vorm van oogstresten, groenbemesters, mest en compost moet worden toegediend.

4 Nutriëntentekorten                         Bart Timmermans                 p 8

Om tekorten aan onmisbare voedingsstoffen voor landbouwgewassen te voorkomen zijn een aantal maatregelen nodig, zoals: diepere beworteling, hogere meststofefficiëntie via bodemstructuur, bodemleven en organische stofbeheer, voorkomen van uitspoeling en irreversibele fixatie, geen wateroplosbare  meststoffen.

5 Bestrijdingsmiddelen             Margriet Samwel en Jelmer Buijs   p 10

Boeren die naar een landbouw zonder chemische bestrijdingsmiddelen willen omschakelen moeten tijdens de jaren van omstelling voldoende financiële en technische ondersteuning krijgen. Die kennis is inmiddels rijkelijk voorhanden bij bedrijven, de voorlichting en het onderzoek.

6 Bedrijfseigen vee                                     Piet van IJzendoorn              p 13

Een veeteelt in dienst van de bodem betekent , dat mest het hoofdproduct is en dient als voeding voor een vruchtbare bodem.Dit leidt tot keuzes waarbij financiële argumenten niet altijd leidend zijn, wel de lange termijn bodemvruchtbaarheid en een robuust , weerbaar landbouwbedrijf.

7 Haalbaarheid                                   Gerard Oomen                      p 14

In een zelfvoorzienend, exportvrij Nederland zouden verschillende bedrijfssystemen ontwikkeld kunnen worden die samen de bevolking voeden en tegelijk het milieu en de begeleidende flora en fauna, boven en onder de grond, nauwelijks belasten

CO2-neutrale landbouw (Foodlog)

Erisman: "De wereld kan op lange termijn alleen biologisch gevoed worden."

 “Is CO2-neutraal wel ambitieus genoeg?”, vraagt dagvoorzitter Jan Willem Erisman zich af bij de opening van het symposium over een CO2-neutraal landbouwbeleid, dat op maandag 10 oktober 2016 plaatsvond in Zeewolde.Volgens deAmsterdamse hoogleraar Stikstofstudies is het bij uitstek de landbouw die ervoor kan zorgen datwe de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer terugbrengen van 400 naar 350 ppm.

Aan de zon en aan het gewas zal het niet liggen: die geven van nature, zoals Jan Diek van Mansvelt uitlegt: “We hoeven de plant geen voeding op te dringen. Door onze fixatie op minerale plantenvoeding zijn we vergeten wat de plant aan het bodemleven toevoegt aan koolstofrijke suikers, als de wortels op zoek gaan naar nutriënten.” De voormalig hoogleraar Alternatieve landbouw noemt de huidige landbouwwetenschap ont-aard, letterlijk in de vorm van hydrocultuur, maar ook figuurlijk.

Al in de negentiende eeuw is er iets fout gegaan, volgens de Wageningse promovendus Anton Nigten. De kunstmest-industrie heeft ons weliswaar grotere opbrengsten gegeven, maar wel ten koste van een gezonde bodem en onze eigen gezondheid.: “Als we ons eenzijdig blijven richten op de aanwezigheid van stikstof, fosfor, kalium (NPK) en kalk in de bodem, verliezen we de onderlinge balans van de belangrijkste mineralen uit het oog.” Zo blijkt met name de verhouding kalium-natrium, kalium-magnesium  en calcium-magnesium-fosfor cruciaal in de bodem, maar ook in onze voedingsgewassen. Daarbij waarschuwt Nigten voor fouten die ook de biologische landbouw kan maken, “… als we niet loskomen van dit eenzijdig analyseren van de bodem en de gewassen op NPK en kalk”.

Om het doel te bereiken van zowel een gezonde bodem als gezonde voeding, noemt de Wageningse hoogleraar Bodembiologie, Lijbert Brussaard, talrijke concrete maatregelen: van niet-kerende bodembewerking tot een grotere diversiteit in het bouwplan. Veehouder Wim van den Hengel voegt daar nog een zelf ontwikkelde manier van composteren aan toe. Onder meer met gesteentemeel en kort composteren, weet hij afgemaaide plantenresten “…lekker te maken voor de regenwormen.” Daarnaast verbetert Van den Hengel de bodem met bokashi-mest, waardoor de nutriënten veel beter behouden blijven.

Opmerkelijk is de ervaring van Brussaard dat mest en compost van het eigen bedrijf beter en sneller in de bodem wordt opgenomen dan van elders aangevoerde organische stof. Aan concrete voorbeelden van akkerbouwers in de Hoekse Waard laat Brussaard zien, dat de door hem genoemde maatregelen kunnen leiden tot een toename van organische stof in de bodem van meer dan 1 procent in een paar jaar tijd: “Dat is meer dan de jaarlijkse 4 promille die is afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs”.

Toch lijkt het vertalen van dit scala aan praktische maatregelen naar landbouwbeleid, nog ver weg. Voor de aanwezige politici uit de provincies Gelderland en Noord-Holland betekent dit een verrassende kennismaking met deze benadering van de landbouw, die niet toevallig plaatsvindt op het biodynamische bedrijf de Zonnehoeve, waar dit al meer dan dertig jaar lang in praktijk wordt gebracht.

Als een landbouwvoorlichter in de zaal vraagt om een top drie aan maatregelen krijgt hij  her en der uit de zaal antwoord: “Meer organische stof , meer bodemleven en behoud van de bodemstructuur. “ Wel is het voor de gastheer en ondernemer Piet van IJzendoorn duidelijk dat het hier gaat om een totaal pakket van maatregelen, die ook nog eens per bedrijf kunnen verschillen, afhankelijk van gewas en grondsoort: “Een boer hoeft niet te wachten op het landbouwbeleid: hij zal zelf moeten uitproberen wat bij zijn bedrijf past.”

De boodschap van dit symposium is bij de politici overgekomen: landbouw hoeft niet langer bij te dragen aan het klimaatprobleem, juist de landbouw kan substantieel bijdragen aan de oplossing.

CO- neutraal is niet genoeg (Biojournaal)

Mindmappende politici op de Zonnehoeve

“Is CO2-neutraal wel ambitieus genoeg?”, vraagt dagvoorzitter Jan Willem Erisman zich af bij de opening van het symposium over een CO2-neutraal landbouwbeleid, dat op maandag 10 oktober 2016 plaatsvond in Zeewolde. Volgens de Amsterdamse hoogleraar Stikstofstudies en directeur van het Louis Bolkinstituut, is het bij uitstek de landbouw die ervoor kan zorgen dat we de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer weer terugbrengen van 400 naar 350 ppm.

Van Mansvelt en Brussaard, beide voormalig hoogleraar aan de Wageningen Universiteit, maken duidelijk dat het landbouwbeleid anders kan en moet. Van Mansvelt: “We hoeven de plant geen voeding op te dringen. Door onze fixatie op minerale plantenvoeding zijn we vergeten wat de plant toevoegt aan het bodemleven.”  Brussaard laat overtuigende resultaten zien van maatregelen die leiden tot zowel een gezonde bodem als gezonde voeding: van niet-kerende bodembewerking tot gesteentemeel en wormencompost.

Om dit scala van praktische maatregelen te vertalen naar landbouwbeleid lijkt nog ver weg. Voor de aanwezige politici uit de provincies Gelderland en Noord-Holland is dit een verrassende kennismaking met een andere benadering van de landbouw en dat niet toevallig op het biodynamische bedrijf de Zonnehoeve, waar dit al meer dan dertig jaar lang in praktijk wordt gebracht.

Gastheer en ondernemer Piet van IJzendoorn maakt duidelijk dat het hier om een totaal pakket van maatregelen gaat, die ook nog eens per bedrijf kunnen verschillen, afhankelijk van gewas en grondsoort: “Een boer hoeft niet te wachten op het landbouwbeleid: hij zal zelf moeten uitproberen wat bij zijn bedrijf past.”

De boodschap van dit door Down2Earth georganiseerde symposium is bij de politici wel overgekomen: landbouw hoeft niet langer bij te dragen aan het klimaatprobleem, juist de landbouw kan substantieel bijdragen aan de oplossing.

Pieter Geluk 11 oktober 2016 voor Biojournaal

www.down2earth.nu

Biodynamische landbouw tussen hemel en aarde (Demeter-verslag)

160 deelnemers - een derde is boer of tuinder

Het planetarium van Artis en het nieuwe museum Micropia vormen het decor voor het congres “Microkosmos – macrokosmos” op woensdag 30 september in Amsterdam, over biodynamische landbouw tussen hemel en aarde. Dit is het derde jaar dat de Stichting Demeter en de Biodynamische Vereniging samen een dergelijk congres organiseren.  Pieter Geluk doet verslag.

Demeter directeur Bert van Ruitenbeek verwelkomt ruim 160 deelnemers – waarvan ongeveer een derde deel boer of tuinder, naast veel mensen uit handel, verwerking onderzoek en advies - in de mysterieuze schemering van het planetarium. Hij noemt aandachtige waarneming de basis van het boer zijn: “…waarnemen van levensprocessen en ritmes op en rond de boerderij, het grote en het kleine en het  leren zien van verbanden. Van belang voor iedereen, niet alleen voor biodynamische boeren.”

De aftrap is aan dichter Alexis de Roode die aan het einde van de dag dit congres ook poëtisch zal afsluiten. Hij opent nu met ‘De tweede week van het scheppingsverhaal’, waarin de mens de natuur is gaan overheersen en levenskwaliteiten verloren zijn gegaan, maar hoopvol eindigend voor een derde week: “…, er is nog tijd…”

Terwijl de verlichting verder dooft gaat alle aandacht naar de koepel boven ons waar de sterrenhemel oplicht. Sterrenkundige Milo Grootjen neemt ons mee op een duizelingwekkende reis langs planeten en sterrenstelsels. Onvoorstelbaar groot zijn de afmetingen en afstanden waar we hier mee te maken hebben en intens het gevoel van nietigheid van onze aardbol en al helemaal van onszelf als mens. Later die dag zal een uitstapje naar Micropia ons gevoel voor verhoudingen nogmaals op de proef stellen: in dit nieuwe museum wanen we ons reuzen bij de talrijke met het blote oog onzichtbare micro-organismen die zich hier in levende lijve aan ons tonen.

Tussen deze beide uitersten speelt zich het hoofdprogramma af in de congreszaal: drie gerenommeerde sprekers staan voor de taak de onmetelijke afstand tussen macro- en microkosmos te overbruggen: bioloog Willem Beekman, geoloog Peter Westbroek en bodemkundige Coen ter Berg. 

Willem Beekman: de maan als Zeitgeber

Beekman: zo boven, zo beneden

"Wij zijn gemaakt van sterrenstof”, legt Willem Beekman uit, wijzend op de scheikundige elementen die ons vanaf onze oorsprong verbinden met de rest van het heelal. Ter illustratie van het aloude motto “Zo boven, zo beneden”, reikt Beekman spectaculaire voorbeelden aan van de weerspiegeling van de maanfasen in het voortplantingsgedrag bij Palolo-wormen en oesters.

De maan is de “Zeitgeber”, de klok die maakt dat alle dieren gelijktijdig hun eicellen en zaad aan het zeewater toevertrouwen om bevruchting mogelijk te maken. “Zelfs in donkere laboratoriumomstandigheden vertoont de oester dit gedrag”, aldus Beekman: "De maan zit in het beest."

Ook in de schelp van de Nautilus is het maanritme zichtbaar. Deze inktvis voegt elke maan-maand een kamertje toe aan zijn schelp. Opmerkelijk is dat deze kamers verbonden zijn door een kanaal, dat de uitwisseling van gas en vloeistof mogelijk maakt, waardoor de inktvis kan dalen naar een diepte van 500 meter. Volgens Beekman kunnen we hiervan leren om bij stress “…vast te houden aan onze kern, maar tegelijkertijd open te staan voor onze omgeving.” Samenvattend vinden we maaninvloeden met name daar waar water is. Ook bij de kieming van bonen en in het gedrag van regenwormen zijn de maanfasen terug te vinden.

De zon laat met name in de plantenwereld een ander ritme zien. Naast het vanzelfsprekende dag- en jaarritme is dat de elfjarige cyclus van verhoogde zonneactiviteit. Beekman toont dit aan in de jaarringen van bomen, maar ook in meerjarige kiemproeven en zelfs in het optreden van griepepidemieën.

Tot slot wijst Beekman ons op de schoonheid in de samenhang van micro- en macrokosmos. Als voorbeeld laat hij de vijfster zien in de baan die de planeet venus beschrijft en de treffende overeenkomst met de vijftallige bloem van een roos of een vergeet-me-nietje: “Zo boven, zo beneden!”

Bert van Ruitenbeek: biodynamische kwaliteit

Van Ruitenbeek: Demeter monitor

In een intermezzo tussen de sprekers van deze dag presenteert de directeur van de Stichting Demeter Bert van Ruitenbeek de Demeter-monitor met de feiten en cijfers van een gestage groei in het afgelopen jaar.

Het Demeter gecertificeerde areaal is gegroeid naar 10% van het biologisch areaal. Toch wil hij vooral het verhaal achter de cijfers laten zien: de aanblik van een gangbare naast een biodynamische akker na een zware regenbui. Beelden uit een meerjarig vergelijkend onderzoek in Zwitserland. Het effect van een goed doorwortelde bodem vol bodemleven is overtuigend.

Van Ruitenbeek wijst op de relevantie hiervan voor de klimaatverandering, waardoor nu al wereldwijd steeds meer mensen op drift raken: “Voor de toekomst van onze planeet is het belangrijk dat we leren te werken vanuit de wijsheid van de natuur om onszelf te vernieuwen en aan te passen.” Dat vraagt meer ruimte voor een landbouw die dit mogelijk maakt, met de bijbehorende  handel en verwerking, groothandel en winkeliers die ruimte in hun schappen creëren om het aan te bieden en consumenten die het voedsel van deze boeren willen kopen.

Van Ruitenbeek wil daarom in de komende jaren Demeter nog meer profileren als biodynamisch kwaliteitskeurmerk en samen met de BD-vereniging en de opleidingsinstituten als Warmonderhof en Kraaybeekerhof het dynamische nog sterker neerzetten. Van Ruitenbeek: “Ook internationaal ligt er veel nadruk op de BD als cultuur en als een open beweging, waarin werken aan bodemvruchtbaarheid de kern vormt.”

Peter Westbroek: wat de aarde niet past, wordt vernietigd!

Westbroek: de aarde moet het zelf doen

“Alles gaat kapot…!” Provocerende woorden vanPeter Westbroek, internationaal vermaard geoloog en schrijver van het boek ‘ De ontdekking van de aarde’. Hij schetst een dynamisch beeld van een aarde die zichzelf voortdurend binnenste buiten keert. Gezien vanuit de geologische tijdschaal stelt hij vast: “De aarde vernietigt alles, maar bouwt uiteindelijk ook alles weer op, al moet je daar soms miljoenen jaren op wachten…”.

Westbroek wil af van het antropocentrische wereldbeeld, waarin de mens zich de aarde toe-eigent. Ons wereldbeeld is de laatste decennia fundamenteel veranderd en we worden ons bewust van wereldomvattende problemen als klimaatverandering, overbevolking en erosie van landbouwgronden. Westbroek markeert deze kentering in ons wereldbeeld met de indrukwekkende foto van de aarde, gemaakt eind 1968 door de eerste maanreizigers: “Vanaf dat moment voelen we ons verantwoordelijk voor onze kwetsbare, blauwe planeet.” Dan ontstaan ook onderzoeksgebieden als milieu- en klimaatwetenschap, waarin natuurwetenschappelijke disciplines en menswetenschappen samenkomen.

Westbroek is zelf een van de initiatiefnemers van de Earth System Sciences, een nieuwe allesomvattende aardwetenschap. Vanuit dat gezichtspunt is de evolutie van het leven slechts een onderdeel van de evolutie van de aarde als geheel, die - voortbouwend op een planetair geheugen - zichzelf voortdurend vernieuwt en verder differentieert. De mens voegt nog iets toe aan deze biologische evolutie door het gebruik van werktuigen, wat nog meer differentiatie mogelijk maakt.” Fundamenteel in deze evolutie en civilisatie is het symbioseproces waardoor iets totaal nieuws kan ontstaan: “…onze lichaamscellen zijn een fusie van micro-organismen.” Maar volgens Westbroek is er ook een planetaire selectie waardoor alleen blijft bestaan wat passend is: In de landbouw moeten we deze dynamiek van de aarde leren kennen, aldus Westbroek: “We moeten weten wat wel en niet past. Als het past, dan helpt de aarde mee. We moeten er hard aan blijven werken, maar de aarde moet het wel zelf doen!” Geïnspireerd door de Britse dirigent Sir Simon Rattle ziet Westbroek de rol van de mens beperkt tot die van een hard werkende muzikant, die open staat voor wat passend is: “…maar je moet het de muziek zelf laten doen!”

Een paar uur later, aan het einde van de congres vraagt Westbroek nog een keer het woord om te vertellen hoe hij soms bij lezingen voor multinationals het publiek tegen de haren instrijkt door op te merken dat de aarde de enige aandeelhouder is, “…maar hier klopt dat gewoon: jullie proberen dat waar te maken!”

Coen ter Berg: De boer als componist en dirigent

Ter Berg: Licht in de duisternis

Voor Coen ter Berg is het ongrijpbare van de bodem de ingang tot het thema Microkosmos – macrokosmos. Als bodemkundige verbaast het hem telkens weer met hoeveel veerkracht de bodem zich herstelt als deze met bruut geweld door zware landbouwwerktuigen wordt belast: “De bodem blijft geven.” Dat brengt hem bij neurowetenschapper Damiaan Denys - bekend van vpro’s Zomergasten – die het onbegrijpelijke expliciet wil maken en tot uitgangspunt voor ons dagelijks handelen.

Ter Berg betrekt dit op de bodem, die voor de boer vaak ontoegankelijk is: “ Voor hem is de bodem een gegeven, meestal onzichtbaar en donker.” Een boer is steeds weer verrast als Ter Berg hem het profiel laat zien van zijn eigen bodem: “…maar juist aan de grond kun je de ondernemer kennen. Het is de boer die de bodem vruchtbaar maakt door zijn gewaskeuze, vruchtopvolging en de timing van zijn grondbewerking.”

Aan de hand van verschillende bodemprofielen laat Ter Berg de gevolgen zien van de landbouwpraktijk voor de structuur, de doorworteling en activiteit van de bodem. Met name de biodynamische bodem onderscheidt zich door hoge biologische activiteit tot diep in de grond. Hier wordt de boer zichtbaar als architect van het bodemleven.  Aansluitend bij de beeldspraak van Peter Westbroek, noemt ter Berg de boer “…zowel componist als dirigent van de bodemvruchtbaarheid: hij zorgt voor de samenstelling en de onderlinge afstemming.” De plant treedt op als intermediair tussen zonlicht en bodemvorming: “…in het fotosynthese-proces neemt de plant het licht op en in de wortelvorming verbindt de plant zich met de bodem.” Hier vindt een intensieve uitwisseling van stoffen plaats: “…waar wortels groeien is bodemvorming.” Ter Berg wijst ons op de wit oplichtende wortelharen waarin het zonlicht tot in de bodem zichtbaar is: “Het licht in de duisternis”.

Ter Berg sluit zich aan bij de houding die Westbroek inneemt ten opzichte van de aarde: “…de bodem geeft alles zelf. Het is de aan de boer om het juiste zetje te geven”. Dit vraagt intuïtie en daarmee verwijst hij weer naar Beekman: “Trouw blijven aan de kern, met een open houding voor de omgeving.”

Met Beekman, Van IJzendoorn en De Roode naar een nieuwe landbouwcultuur

Piet van IJsendoorn in Open space

Open Space

In de ‘open space’ na de middag vinden de deelnemers elkaar en deskundigen over de alledaagse biodynamische praktijk: bedrijfsovername, mannelijk vee, bodemadvies en Demeter in de supermarkten. Zo blijft vrijwel iedereen tot en met de slotreflecties en de biodynamische stamppotten waarmee het congres wordt afgesloten.

Slotreflecties Willem Beekman: “Morele ontwikkelingsstap wetenschap nodig”

Terugkijkend op de leerervaringen van deze dag, schetst Willem Beekman twee voorbeelden van “…de wijsheid van de natuur”: het jachtluipaard en de mestkever. Hij beschrijft hoe deze dieren hun eigen ecosysteem in stand houden: “…als veehouder en akkerbouwer van de savanne.” Het is aan de biodynamische boer om zich deze wijsheid eigen te maken in zijn omgang met de bodem.

Wat daarbij helpt - volgens Beekman – is veel te kijken naar de sterrenhemel: “…deze machtige wereld maakt ons bescheiden.” Veel lastiger is dat bij het kijken naar de microwereld waar onze kennis ons in verleiding brengt om op verschillende niveaus in te grijpen, te manipuleren: “…ook als dat misschien niet zo goed is voor de natuur, het ecosysteem en uiteindelijk voor onszelf.” Dat maakt ons tot een tovenaarsleerling. Beekman haalt hier Goethe aan, die in zijn tijd al zag dat naarmate de mens meer in staat is in te zoomen op de kleinste deeltjes van het leven, hij tegelijk een morele ontwikkelingsstap moet maken. “Dat wordt in de wetenschap nog niet gedaan”, aldus Beekman: “Wat kan, dat moet!”. Daarom is het zoeken naar een morele houding onmisbaar in de biodynamische landbouw. Zo besluit Beekman dat de mens - precies in het midden van het gepresenteerde spectrum tussen micro- en macrokosmos - een verantwoordelijke plaats inneemt. Een inspirerende conclusie, die met name de biodynamische boer een bijzondere rol geeft als bemiddelaar tussen hemel en aarde.

Piet van IJzendoorn: ”Landbouwcultuur vorm geven”

Voorzitter van de BD-Vereniging, boer van de Zonnehoeve en mede-organisator van de dag Piet van IJzendoorn houdt een pleidooi voor het boerenleven en ons aller verantwoordelijkheid om de boeren, die zorgen voor onze aarde en ons voedsel ook in de gelegenheid te stellen om op een verantwoorde manier voedsel te produceren met behoud van bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit. Hij hoopt dat dit mooie vak ook door jonge mensen kan worden opgepakt en dat we zorgen voor nieuwe economische modellen die dit mogelijk maken. Dat vraagt om een gezamenlijke inspanning van financiers, handel, boer en burger voor een nieuwe landbouwcultuur.”

Dagdichter Alexis de Roode

Het laatste woord is aan Alexis de Roode, die de geslaagde congresdag op indrukwekkende wijze poëtisch samenvat: “…boer zoekt vrouw en zij heet moeder aarde.” Zowel het openingsgedicht als het afsluitende gedicht van Alexis staan op onze website www.stichtingdemeter.nl

Auteur: Pieter Geluk

Publicatie voor Stichting Demeter 7-10-2015 

www.stichtingdemeter.nl

Congres Demeter en BD-vereniging (Biojournaal)

Willem Beekman: "...de mens in het midden..."

De sfeervolle ontvangst in het planetarium van Artis zet de toon voor een ambitieus programma van het congres Microkosmos – macrokosmos op woensdag 30 september in Amsterdam, met als thema: biodynamische landbouw tussen hemel en aarde.

De ruim 160 deelnemers – waarvan ongeveer een derde boer en tuinder en verder veel mensen uit handel, verwerking, onderzoek en advies - worden meegenomen op een reis langs planeten en sterrenstelsels. Later die dag volgt een uitstapje naar Micropia: het nieuwe museum waar talrijke micro-organismen zich in levende lijve vertonen. 

In de tussentijd is het aan bioloog Willem Beekman, geoloog Peter Westbroek en bodemkundige Coen ter Berg toevertrouwd om ieder vanuit zijn eigen invalshoek de onmetelijke afstand te overbruggen tussen hemel en aarde. Alle drie vakkundige en enthousiaste sprekers, die er in slagen om dit hele spectrum voor ons als toehoorders invoelbaar en beleefbaar te maken. De weerspiegeling van de ritmes van zon en maan op de planten- en dierenwereld komen voorbij.

Maar ook van de aarde zelf ontstaat een dynamische beeld op de geologische tijdschaal: een planeet die zichzelf voortdurend afbreekt en in een toenemende differentiatiegraad weer opbouwt. Tot besluit worden we meegenomen in bodemvormende processen waarbij  we de plant te zien krijgen als intermediair tussen zonlicht en bodemvruchtbaarheid. 

Naarmate de dag vordert en de deelnemers elkaar weten te vinden met praktische vragen die spelen in hun eigen leef- of werkomgeving, dringt zich de onvermijdelijke conclusie op, dat de mens - precies in het midden van het gepresenteerde spectrum - een verantwoordelijke plaats inneemt. Een inspirerende conclusie, die met name de biodynamische boer een bijzondere rol geeft als bemiddelaar tussen hemel en aarde.

Concreet wordt dit als Directeur Bert van Ruitenbeek de Demeter monitor presenteert met de feiten en cijfers van een gestage groei van areaal en markt in het afgelopen jaar. Toch wil hij vooral het verhaal achter de cijfers laten zien: de aanblik van een gangbare naast een biodynamische akker na een zware regenbui. Het effect van een goed doorwortelde bodem vol bodemleven is overtuigend. 

Een compleet verslag  inclusief een prachtige poëtische vertaling van de dag door Alexis de Roode is vanaf 6 oktober te vinden op www.stichtingdemeter.nl.

Auteur: Pieter Geluk

Publicatie in Biojournaal 1-10-2015