SEKEM: leven in de woestijn - Ibrahim Abouleish

"De naam Sekem staat voor levenskracht en het boek doet verslag van het inspirerende  levensverhaal van deze man, waarvan de laatste veertig jaar volledig samenvallen met de ontstaansgeschiedenis van dit project. Het begint in 1977 met een biodynamisch boerderij in de woestijn en is sindsdien uitgegroeid tot een bloeiende onderneming waar meer dan 2000 mensen werken en leren."

De ontwikkeling van een succesvol antroposofisch initiatief tussen twee culturen: van opstandingsvisioen tot wereldwijde inspiratiebron.

Boekbespreking in Motief, december 2017.

Onderzoek dat recht doet aan de plant - Stefano Mancuso

Volgens Stefano Mancuso is de plantenwereld in onze cultuur van oudsher sterk ondergewaardeerd en daarmee ook het onderzoek naar waarnemingsvermogen, communicatie en intelligentie bij planten.

Mancuso, hoogleraar aan de Universiteit van Florence, houdt daarom in “Briljant Groen” een gloedvol betoog over de onvermoede genialiteit van planten. Het is een gedreven verantwoording van een controversieel  onderzoeksgebied waarop hij zich de laatste jaren met veel toewijding heeft gestort samen met een groeiende groep vakgenoten over de hele wereld: de neurobiologie van planten.

Van de meer dan tweehonderd wetenschappelijke publicaties die aan dit betoog ten grondslag liggen, zijn er maar enkele vermeld achterin het boek: het zijn de resultaten van talrijke experimenten die hij en zijn vakgenoten de laatste tien jaar hebben uitgevoerd aan met name de microscopisch kleine worteltoppen van zandraket, mais en tomaat. Opmerkelijk is dat deze auteur verder kijkt dan zijn metingen aan elektromagnetische velden en de chemische analyses.  Voor hem vormen deze een aansporing om de gangbaar wetenschappelijke kaders te verruimen op een manier die recht doet aan het wezen van de plant. Hij beschouwt planten van een fundamenteel andere, maar zeker niet lagere orde dan mensen of dieren. Zo vergelijkt hij de organisatie van een plant graag met die van een bijenvolk: meer dan de som der delen.

Mancuso introduceert hier de wortel-breintheorie: de opvatting dat het zenuw-zintuigstelsel van de plant zich onder de grond bevindt en wel geconcentreerd in de talloze worteltopjes. Een verwijzing naar de landbouwcursus zou hier niet misstaan. In plaats daarvan verwijst Mancuso naar een miskend en tot voor kort vergeten werk van Charles Darwin en zijn zoon Francis uit 1880. Daarin kennen zij op grond van experimenten besluitvormende eigenschappen toe aan de worteltoppen. Dit is precies wat recent onderzoek van Mancuso en de zijnen bevestigt.

Met name bij zoiets als intelligentie zijn we geneigd om ons eigen brein(volume) als maatstaf te nemen. Daar moeten we vanaf. Als we intelligentie definiëren als het vermogen om problemen op te lossen, dan is dat bij veel plantensoorten verrassend hoog. Ze kunnen de problemen niet ontvluchten, zoals dieren dat doen… Een van de oplossingen waarmee planten hun belagers overleven is dat ze hun vitale functies juist niet concentreren in organen als hersenen, hart en longen. Dit maakt dat ze als plant in leven blijven en zelfs kunnen herstellen als een groot deel is weggegeten. Het begrip individu (letterlijk: ondeelbaar) is bij planten nauwelijks van toepassing: de informatie die planten over hun omgeving verzamelen is verspreid over duizenden worteltopjes en is niet beperkt tot de eigen plant. De verwerking en communicatie daarvan binnen en buiten het wortelstelsel vergelijkt Mancuso met een computernetwerk: een levend internet. Hij ziet hier een parallel met sociale organisaties bij insecten en bijvoorbeeld met de manier waarop vogels in een zwerm rekening houden met elkaar.

Mancuso schetst een aantal toepassingsmogelijkheden van zijn onderzoek, zoals het inzetten van planten als meetinstrument voor bodem en luchtverontreiniging: door hem het greenternet genoemd. Concrete aanwijzingen voor de landbouwpraktijk blijven beperkt tot het terugkruisen van oude maisrassen om de oorspronkelijke plaagresistentie tegen de maiswortelkever te behouden. Ook doet Mancuso een voor de hand liggend - maar minder realistisch - onderzoeksvoorstel om de geniale samenwerking van de vlinderbloemigen met stikstofbindende wortelknolbacteriën uit te breiden naar andere landbouwgewassen.

Uitzonderlijk aan dit boek is echter de gedurfde kijk buiten de beperkte natuurwetenschappelijke kaders. Dit geeft op een aantal punten handen en voeten aan begrippen als vormkrachten, vruchtbare aarde en bedrijfsindividualiteit.

Pieter Geluk, augustus 2017 - aangeboden aan Dynamisch Perspectief

Jan Diek van Mansvelt over Briljant Groen: “Dit boek hoort voor mij bij het geesteswetenschappelijke onderzoek dat in het BD-veld en de antroposofische beweging springlevend present is. Dit kan grenzen verleggen en blikken verruimen. Hard nodig.”

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Plantaardige provocatie van Wouter Oudemans

Een filosoof is ook maar een plant: een provocerend boek over wat wij natuur noemen. “Ons denken is plantaardiger  dan ons lief is”, stelt de Leidse filosoof Wouter Oudemans in zijn uitnodigend geïllustreerde boek “Plantaardig:  vegetatieve filosofie”. 

Het is een enthousiast betoog over hoe wij mensen en zelfs ons denken, gehoorzaamt aan dezelfde natuurwetten en dezelfde “struggle for life”, als een boom of een grasspriet. Tegelijkertijd voelt het als een scherpe kritiek op hoe wij allemaal – niet alleen filosofen – geneigd zijn onszelf boven of in ieder geval buiten de natuur te plaatsen. Filosofen - van Descartes tot Kant - noemen dat het dualisme tussen mens en natuur. Oudemans, die dit alles uitvoerig documenteert, weet intussen beter: in “Plantaardig” beschrijft hij de consequentie van Darwins evolutietheorie voor de filosofie. Niet voor niets heeft Oudemans daarvoor de medewerking ingeroepen van Darwinkenner Norbert Peeters.

Zo confronteert hij de lezer ermee hoe Darwins “Origin of species” doorwerkt in de onlosmakelijke relatie van ieder van ons met zijn levende omgeving, die we gemakshalve ‘natuur’ noemen, maar waar wij als gelijkwaardige partner deel van uitmaken. Dit inzicht zou tot een meer respectvolle houding naar de planten- en dierenwereld moeten leiden. Niet alleen filosofen, maar ook biologen en anderen die zich beroepsmatig met deze natuur bezighouden zouden beter moeten weten. Ook zij denken veel te gemakkelijk dat ze de natuur naar hun hand kunnen zetten.

Zo veroordeelt Oudemans het natuurbeleid van Staatsbosbeheer als “botanisch racisme”. De mens stelt zich hier op als beheerder van het bos, bepaalt welke boom daar wel of niet mag groeien en wat de exoten zijn die uit het bos geweerd moeten worden in het voordeel van de inheemse soorten. Een heel ander gezichtspunt ontstaat als we bereid zijn de wereld van de plant uit te beschouwen: de mens blijkt dan – net als elk dier – een parasiet, die alleen kan overleven door direct of indirect planten te eten. Ook krijgt de slogan “bloemen houden van mensen” nu een diepere betekenis: ze kunnen niet zonder elkaar. De evolutie van mens en plant blijkt een wederzijds proces: toen ooit de oermens de grassen tot eetbare granen heeft veredeld, waren het even goed deze eetbare planten die van de rondtrekkende nomade een landbouwer hebben gemaakt.

Denk nu niet dat dit gefilosofeer tot genuanceerde inzichten leidt. Oudemans is soms onverwacht en soms ook onnodig stellig in zijn afwijzing van bijvoorbeeld de “Gaia-hypothese”: de beschouwing van de aarde als levend organisme, die zeker niet haaks hoeft te staan op een plantaardige filosofie. Ook van “bomenknuffelarij” moet de auteur niets hebben, terwijl dit wel degelijk als een toenaderingspoging tussen mens en natuur is te zien.

Hier ontpopt Oudemans zich als provocateur. Dat geldt ook bij zijn overigens terechte kritiek op aanbevelingen als “natuurlijk” en “biologisch” bij onze voedingsmiddelen. Een pleidooi voor keurmerken zou hier op zijn plaats zijn. Provocerend wijst Oudemans echter naar de klanten: “…die trappen er met beide benen in…” en helemaal niet ter zake is zijn toevoeging dat deze “veelal van het vrouwelijk geslacht” zijn. Opeens realiseer ik me dat Oudemans geen enkele vrouwelijke filosoof aanhaalt. Is filosoferen dan zo’n mannending? Het dualisme is dat zeker. Marli Huijer - onze vrouwelijke “Denker des Vaderlands” – heeft daar met haar inlevingsvermogen en haar “tussendenken” een passend antwoord op gevonden. Bij Oudemans geen woord daarover.

Na zijn afscheid bij de Leidse Universiteit is professor Oudemans verhuisd naar het hoge Noorden, waar hij in het Oost-Groningse Wedde een eigen bomentuin heeft aangeplant. Trots beschrijft hij hoe hij  daar voorrang geeft aan exoten, zoals de varianten van de ooit door zijn betovergrootvader in ons land geïntroduceerde Douglasspar. Hij noemt zijn tuin zelfs een “botanisch asielzoekerscentrum”: een stil protest tegen het eerder genoemde racisme. Is dit een prijzenswaardig voorbeeld van “practice what you preach”? Meer dan dat, weerspiegelt dit inmiddels tot dinopark uitgegroeide landgoed zijn eigen - in dit boek beschreven - “struggle for life”, begonnen op het landgoed van zijn voorouders. Een armzalige variant van de Douglasspar die op zijn landgoed is te vinden, is zelfs naar zijn voorvaderen genoemd: de Douglas ‘Oudemansii’.

Dit maakt het boek tot een persoonlijk levensverhaal, warm aanbevolen voor kritische natuurliefhebbers, van biologen tot bomenknuffelaars en voor iedereen die zich verbonden voelt met de natuur en beseft dat de mens daarin een bescheiden plaats inneemt.

Mei 2016, Pieter Geluk (verschenen in Paradijsvogels magazine juli 2016).

zie ook: landgoedtenaxx.nl

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Culturele revolutie in de landbouw - Nicolai Fuchs

Fuchs: 'Eine Skizze...'

“Nu we de menselijke invloed op het klimaat erkennen, is volgens Fuchs een landbouw nodig, die constructief bijdraagt aan het evolutieproces van de planeet aarde.”

Landbouwwetenschapper Nicolai Fuchs heeft jarenlang leiding gegeven aan het ‘hoofdkwartier’ van de biodynamische landbouw in Dornach. Deze ervaring heeft hem na zijn afscheid, ‘omkijkend over zijn schouder’, de ogen geopend voor een duurzaam ontwikkelingsperspectief van de landbouw.

Niet de natuur maar de mens als uitgangspunt voor een culturele (r)evolutie in de landbouw - Boekbespreking in Dynamisch Perspectief (december 2015). Evolutive Agrarkultur - Landwirtschaft nach dem Bildeprinzip des Menschen. Eine Skizze. Door Nikolai Fuchs. Verlag Lebendige Erde Demeter e.V., Darmstadt, 2014, 98 pag., €16

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Dynamisch Perspectief (december 2015)

Hoe de aarde zichzelf ontdekt - Peter Westbroek

Verschenen 27 juni 2015 in Dynamisch Perspectief, als voorbereiding op het congres in Artis eind september over “Biodynamische landbouw tussen hemel en aarde”, waar Westbroek een van de sprekers is.

"Metamorphosen im Pflanzenreich" – Peer Schilperoord (2011)

Deze boekbespreking in het jubileumnummer bij 75 jaar BD-vereniging voert terug naar de wortels van de biodynamische landbouw: de dynamische waarnemingsmethode van J.W. von Goethe (1749-1832).

Met name de manier waarop Goethe als eerste de bladmetamorfose bij planten heeft beschreven (1790), is in de afgelopen 75 jaar een beproefde manier gebleken om inzicht te krijgen in de werkzaamheid van de biodynamische methode. Peer Schilperoord maakt de verdere studie hiervan tot zijn levenswerk. Onderaan deze pagina fragmenten uit de voorafgaande mailwisseling met de auteur.

Bespreking in Dynamisch perspectief (juni 2012)

 

Boekbespreking in Dynamisch perspectief (juni 2012)