Geniaal groen - Stefano Mancuso, Alessandra Viola

Geniaal groen (Italiaans: Verde brillante) originele e-bookversie (2014)

Verde Brillante / Brilliant Green / Die Intelligenz der Pflanzen 

Mancuso maakt deel uit van een groeiende groep biologen die zichzelf Plantneurobiologist noemt. Zo is er ook Chamovitz met “What a plant knows” (2013 ook). 

Interessant is de bij fenomenologen vertrouwde “root-brain-theory”: het idee om de plant fysiologisch als een omgekeerde mens te beschouwen, waarmee de Plantneurobiologen zich baseren op  Darwins “The power of Movements in Plants”, uit 1880, herontdekt en heruitgegeven in het Darwinjaar 2009.

Dit leidt bij Mncuso tot een verruiming van de gangbaar wetenschappelijke kaders op een manier die recht doet aan het wezen van de plant. Hij beschouwt planten van een fundamenteel andere, maar zeker niet lagere orde dan mensen of dieren. Dit geeft op een aantal punten handen en voeten aan begrippen uit de biodynamische landbouw, zoals vormkrachten, vruchtbare aarde en bedrijfsindividualiteit.

Het boek is inmiddels in het Nederlands beschikbaar (juli 2017). Hieronder het door GROENtekst vertaalde laatste hoofdstuk (Conclusione): Groen perspectief (april 2016).

Een boekbespreking hiervan is door GROENtekst aangeboden aan de redactie van Dynamisch Perspectief, hier een voorpublicatie (onder embargo, augustus 2017).

Mancuso's TedTalk

Mancuso verwoordt hier de kern van het eerste hoofdstuk:
De wortel van het probleem, over onze onderwaardering voor de plantenwereld door de eeuwen heen.

Groen perspectief (It: Conclusioni)

Verde Brillante - originele versie (2014)

Als we niet beter wisten, zouden we aan planten twee tekortkomingen opmerken: ze bewegen zich niet en ze nemen hun omgeving niet actief waar. Dat zijn niet zomaar een paar kenmerken, ze zijn typerend voor het beeld dat wij hebben van de plantenwereld. In beide gevallen gaat het namelijk niet om natuurlijke eigenschappen van planten, zoals wij mensen dat al eeuwenlang denken. Het is niet meer dan een hardnekkig verzinsel dat in onze cultuur geslopen is, te beginnen bij Aristoteles. Deze Griekse filosoof en onderzoeker beschouwde planten als zielloos en daarom plaatste hij de plantenwereld “een trede lager” dan de dieren. Deze ziel of “anima” noemde hij het “motorisch principe”, de oorzaak van alle beweging. Het vermogen om uit zichzelf te bewegen was voor Aristoteles het onderscheid tussen alles wat leeft en dode voorwerpen. Planten – die niet of nauwelijks bewegen – staan volgens hem dus op de grens tussen leven en niet leven.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw is de scherpe scheiding tussen planten- en dierenrijk gaan vervagen, maar nog altijd is het een wijd verspreide misvatting. Pas in onze tijd is het voor biologen in ieder geval duidelijk, dat het fundamentele onderscheid tussen plantaardige en dierlijke organismen kwantitatief is en niet kwalitatief. Dieren onttrekken grondstoffen en energie aan planten. Planten hebben op hun beurt de zon nodig om in hun behoefte te voorzien. Dieren zijn dus afhankelijk van planten, planten van de zon.

Dit brengt ons bij een beter begrip van het plantenleven en de rol van de plant in de biosfeer: planten zijn bemiddelaars tussen de zon en de dierenwereld. Hun meest kenmerkende celorganellen, de chloroplasten (= bladgroenkorrels) – vormen de schakel tussen de organische wereld (dus: alles wat we leven noemen) en de zon: het energiecentrum van ons zonnestelsel. Planten spelen een fundamentele rol in alle leven op onze planeet. Dieren niet.

Recent onderzoek laat zien dat planten niet alleen kunnen waarnemen en dus over zintuigen beschikken, maar ook, dat ze kunnen communiceren met elkaar en met dieren, dat ze slapen, een geheugen hebben en zelfs andere soorten kunnen manipuleren. Op grond van al deze kwaliteiten kunnen we planten  intelligente organismen noemen. De wortels vormen een voortdurend oprukkende frontlijn met talloze commandocentra. Zo gidst het wortelstelsel de plant als een soort collectief brein, of eigenlijk een intelligent netwerk, dat – terwijl de plant groeit en zich ontwikkelt – onmisbare informatie verzamelt om zich te voeden en te overleven.

Het Greenternet

Brilliant Green - Engelse vertaling (2015)

Recente ontwikkelingen in de biologie maken het mogelijk om bij plantaardige organismen het vermogen aan te tonen waarmee ze informatie uit hun omgeving verkrijgen, opslaan, delen, verwerken en  toepassen. Onderwerp van met name de neurobiologie van planten is de vraag hoe deze geniale schepsels aan hun informatie komen en deze zo verwerken dat dit resulteert in adequate reacties.

Onderzoek naar communicatie- en sociale systemen bij planten leidt de laatste jaren naar de ontwikkeling van nieuwe en tot voorkort onvoorstelbare technologische toepassingen. Al geruime tijd is er sprake van op planten geïnspireerde robots. Een nieuwe generatie van deze “plantoïden” zal binnenkort naar verwachting de op dieren en mensen geïnspireerde robots (de zogenoemde androïden) verdringen in de evolutie van de robots. Ook zijn er op dit moment plannen voor de ontwikkeling van informatienetwerken gebaseerd op planten. Dit zogenoemde Greenternet maakt gebruik van planten als ecologisch meetinstrument, waarmee data via het internet live beschikbaar komen, die continu aangeleverd worden door wortels en bladeren. Dit plantaardige internet is binnenkort niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het zal ons informeren over naderende gifwolken of over de lucht- en bodemkwaliteit in het algemeen en zal ons waarschuwen voor dreigende aardbevingen en lawines. Ook het ontwerp van de “phytocomputer” ligt al klaar: een computer die nieuwe algoritmen hanteert, die zijn ontleend aan de rekenstrategieën van planten (unconventional computing).  

Maar niet alleen voor de robotica en de informatica is het plantenrijk een inspiratiebron. Planten hebben nog talrijke innovatieve oplossingen in petto voor veel van onze huidige technologische problemen. Overigens heeft de levende natuur al eeuwenlang tot biologisch geïnspireerde toepassingen geleid: biomimicry genaamd. Denk maar aan Leonardo da Vinci met zijn vliegende apparaten, ontleend aan vliegbewegingen van vogels. Lange tijd heeft de mens daarbij zijn blik gericht op het - meest aan ons verwante – dierenrijk. Pas de laatste jaren beginnen we echter de schat te ontdekken die in het plantenrijk verborgen ligt. Op een dag zullen we daar verrassende geneesmiddelen vinden voor ernstige ziekten, nieuwe, schone energiebronnen of innovatieve materialen. Het plantenrijk kent nog talloze onontgonnen mogelijkheden  op het gebied van de chemie en de biologie.

Het is duidelijk dat het plantenrijk niet alleen een  onmisbaar onderdeel vormt van het leven op aarde, maar ook een groot geschenk betekent voor de mensheid en voor haar intellectuele ontwikkeling. Een geschenk waar we niet eens aandacht aan besteden. De mens kent naar schatting maar 5 tot 10% van alle plantaardige organismen op aarde en stelt daaruit 95% van zijn belangrijkste geneesmiddelen samen.

Elk jaar sterven duizenden plantensoorten uit, waar we niets van afweten en daarmee gaan wie weet hoeveel  geschenken voor de mensheid verloren. Het besef dat planten waarnemen, communiceren, zich herinneren, leren en problemen oplossen kan er in de toekomst wellicht  toe bijdragen, dat we ons meer verwant gaan voelen en hen doelgerichter gaan bestuderen en beschermen.

Respect

Die Intelligenz der Pflanzen - Duitse vertaling (2015)

Eind 2008 verscheen in Zwitserland een rapport: “The Dignity of living Beings with Regard to Plants. Moral Consideration of Plants for there own Sake” (Over het respect voor levende wezens en voor planten in het bijzonder: een morele benadering die de plant zelf centraal stelt). Een niet helemaal onverwacht resultaat na een wetenschappelijke onderbouwing die in tien jaar tijd bij elkaar gebracht is door de in 1998 door de Zwitserse regering ingestelde Federal Ethics Committee on Non-Human Biotechnology (de ECNH, Ethische commissie voor niet-humane biotechnologie).

Je kunt het gedurfd noemen om het typisch menselijke begrip respect toe te passen op planten, maar het is een eerste stap om het plantenrijk rechten toe te kennen, onafhankelijk van menselijk belang. Dit betekent dat planten ons respect verdienen en dat wij als mensen naar hen toe verantwoordelijkheden hebben. Zolang wij planten alleen maar als voorwerpen zien, als passieve apparaten, die zonder tegenstribbelen hun programma afspelen, of als organismen die enkel en alleen ten dienste staan van onze belangen en behoeften, dan zal een begrip als respect volslagen onzinnig overkomen. Maar als planten actieve en reactieve organismen zijn met een eigen waarnemingsvermogen, die bovendien een leven leiden, dat totaal onafhankelijk is van ons, dan is er alle reden het begrip respect ook op hen toe te passen.

In het begin van de twintigste eeuw, schreef Jagadish Chandra Bose (1858 – 1937) - een van de eerste Indische natuurwetenschappers en een legendarische persoonlijkheid in de moderne geschiedenis van India – het volgende: “Deze bomen leven net zo als wij. Ze eten en groeien, kennen armoede, zorgen en leed. Ze kunnen roven, maar ze kunnen elkaar ook helpen, vriendschappen sluiten en hun leven opofferen voor hun nageslacht.”

Veel van de hier besproken thema’s zijn nog omstreden, veel moet nog onderzocht worden. Maar over één punt is de genoemde Zwitserse commissie – van ethici, moleculair biologen, natuurwetenschappers en ecologen - het unaniem eens: planten mogen niet onverantwoordelijk behandeld worden. Het willekeurig vernietigen van planten is ethisch niet te rechtvaardigen. 

Dat planten rechten hebben, betekent niet noodzakelijk dat we ze niet meer of maar beperkt zouden mogen gebruiken.

Wanneer we aan dieren respect toekennen, betekent dat immers ook niet dat we deze uit de voedselketen wegnemen of dierproeven volledig verbieden.

Dieren zijn eeuwenlang als automaten beschouwd, die het aan iedere vorm van ratio zou ontbreken. Pas sinds enkele decennia kennen wij hen rechten en waarden toe. Dieren zijn tegenwoordig geen objecten meer. En ons veranderde perspectief heeft in bijna alle ontwikkelde landen tot wetten geleid, die de rechten van dieren beschermen.

Voor planten is er tot nu toe niets dat daar op lijkt. Het debat over hun rechten staat nog helemaal aan het begin, maar laten we dat niet langer uitstellen.

Boekbespreking: onderzoek dat recht doet aan het wezen van de plant

Brillant Groen - Nederlandse vertaling (2017)

Volgens Stefano Mancuso is de plantenwereld in onze cultuur van oudsher sterk ondergewaardeerd en daarmee ook het onderzoek naar waarnemingsvermogen, communicatie en intelligentie bij planten. Mancuso, hoogleraar aan de Universiteit van Florence, houdt daarom in “Briljant Groen” een gloedvol betoog over de onvermoede genialiteit van planten. Het is een gedreven verantwoording van een controversieel  onderzoeksgebied waarop hij zich de laatste jaren met veel toewijding heeft gestort samen met een groeiende groep vakgenoten over de hele wereld: de neurobiologie van planten.

Van de meer dan tweehonderd wetenschappelijke publicaties die aan dit betoog ten grondslag liggen, zijn er maar enkele vermeld achterin het boek: het zijn de resultaten van talrijke experimenten die hij en zijn vakgenoten de laatste tien jaar hebben uitgevoerd aan met name de microscopisch kleine worteltoppen van zandraket, mais en tomaat. Opmerkelijk is dat deze auteur verder kijkt dan zijn metingen aan elektromagnetische velden en de chemische analyses.  Voor hem vormen deze een aansporing om de gangbaar wetenschappelijke kaders te verruimen op een manier die recht doet aan het wezen van de plant. Hij beschouwt planten van een fundamenteel andere, maar zeker niet lagere orde dan mensen of dieren. Zo vergelijkt hij de organisatie van een plant graag met die van een bijenvolk: meer dan de som der delen.

Mancuso introduceert hier de wortel-breintheorie: de opvatting dat het zenuw-zintuigstelsel van de plant zich onder de grond bevindt en wel geconcentreerd in de talloze worteltopjes. Een verwijzing naar de landbouwcursus zou hier niet misstaan. In plaats daarvan verwijst Mancuso naar een miskend en tot voor kort vergeten werk van Charles Darwin en zijn zoon Francis uit 1880. Daarin kennen zij op grond van experimenten besluitvormende eigenschappen toe aan de worteltoppen. Dit is precies wat recent onderzoek van Mancuso en de zijnen bevestigt.

Met name bij zoiets als intelligentie zijn we geneigd om ons eigen brein(volume) als maatstaf te nemen. Daar moeten we vanaf. Als we intelligentie definiëren als het vermogen om problemen op te lossen, dan is dat bij veel plantensoorten verrassend hoog. Ze kunnen de problemen niet ontvluchten, zoals dieren dat doen… Een van de oplossingen waarmee planten hun belagers overleven is dat ze hun vitale functies juist niet concentreren in organen als hersenen, hart en longen. Dit maakt dat ze als plant in leven blijven en zelfs kunnen herstellen als een groot deel is weggegeten. Het begrip individu (letterlijk: ondeelbaar) is bij planten nauwelijks van toepassing: de informatie die planten over hun omgeving verzamelen is verspreid over duizenden worteltopjes en is niet beperkt tot de eigen plant. De verwerking en communicatie daarvan binnen en buiten het wortelstelsel vergelijkt Mancuso met een computernetwerk: een levend internet. Hij ziet hier een parallel met sociale organisaties bij insecten en bijvoorbeeld met de manier waarop vogels in een zwerm rekening houden met elkaar.

Mancuso schetst een aantal toepassingsmogelijkheden van zijn onderzoek, zoals het inzetten van planten als meetinstrument voor bodem en luchtverontreiniging: door hem het greenternet genoemd. Concrete aanwijzingen voor de landbouwpraktijk blijven beperkt tot het terugkruisen van oude maisrassen om de oorspronkelijke plaagresistentie tegen de maiswortelkever te behouden. Ook doet Mancuso een voor de hand liggend - maar minder realistisch - onderzoeksvoorstel om de geniale samenwerking van de vlinderbloemigen met stikstofbindende wortelknolbacteriën uit te breiden naar andere landbouwgewassen.

Uitzonderlijk aan dit boek is echter de gedurfde kijk buiten de beperkte natuurwetenschappelijke kaders. Dit geeft op een aantal punten handen en voeten aan begrippen als vormkrachten, vruchtbare aarde en bedrijfsindividualiteit.

Pieter Geluk, augustus 2017 - aangeboden aan Dynamisch Perspectief

Jan Diek van Mansvelt over Briljant Groen: “Dit boek hoort voor mij bij het geesteswetenschappelijke onderzoek dat in het BD-veld en de antroposofische beweging springlevend present is. Dit kan grenzen verleggen en blikken verruimen. Hard nodig.”